Dikke Freddy aan de bazen van zijn onafhankelijke ziekenkas

19 juli 2021

Erik Vlaminck

Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur.

Mijne heren,

Ik heb vernomen dat mijn onafhankelijke ziekenkas fuseert met een andere ziekenkas. Het nieuwe spel gaat Helan heten. En die naam zou onder meer gedrevenheid uitdrukken.

‘Geen enkele firma hield zijn burelen tijdens de coronacrisis langer gesloten dan de Belgische ziekenkassen.’

Wellicht zal die gedrevenheid ervoor zorgen dat Helan binnenkort de strijd wint met de andere ziekenkassen om een plaats te krijgen in het Guinness Book of Records. Geen enkele firma hield en houdt zijn burelen tijdens en na de coronacrisis langer gesloten dan de Belgische ziekenkassen. Terwijl uw bediendes al lang smoutebollen kunnen eten op kermissen en pinten pakken op terrassen, blijven de meeste van uw kantoren nog steeds potdicht gesloten.

Sommigen beweren dat het mogelijk zou zijn om na het maken van een afspraak een gesprek te hebben met een van uw ondergeschikten, maar dat zijn optimisten die de telefoon nog niet ter hand hebben genomen om een afspraak te maken. Want ook inzake telefonische hulpverlening maakt u kans om een eervolle vermelding in het Guinness Book of Records te krijgen. Het zal – wat dat betreft – een spannende eindspurt worden tussen uw diensten en die van Proximus, maar vooral de manier waarop u regelmatig na een kwartier wachttijd de verbinding botweg verbreekt maakt u tot grote kanshebber.

‘Ik ben blijven telefoneren, ik ben blijven wachten en ik heb uiteindelijk een vriendelijke mevrouw aan de lijn gekregen.’

Hoe dan ook, ik heb doorgebeten. Ik ben blijven telefoneren, ik ben blijven wachten en ik heb uiteindelijk een vriendelijke mevrouw aan de lijn gekregen. Ik heb haar uitgelegd dat mijn papierwinkel na een uithuiszetting een puinhoop is, dat er daarom een deurwaarder van een ziekenhuis (dat ten onrechte beweert dat ik geen ziekenkas zou hebben) dreigt langs te komen en dat mijn apotheker mij geen medicamenten meer kan leveren tenzij ik de volle pot betaal (waar ik de middelen niet voor heb). De vriendelijke mevrouw heeft mij laten uitspreken en heeft mij dan gezegd dat ik mijn problemen best in een videomeeting met de regiomanager bespreek.

Bij dezen vraag ik u beleefd of u mij, ten einde aan de videomeeting deel te nemen, een computer en een internetabonnement kan bezorgen. Ik meen dat ik daar recht op heb. Om dat recht te bewijzen stuur ik u bijgaand de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In artikel 21 staat dat eenieder het recht heeft om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.

Uitkijkend naar de ontvangst van mijn computer en het bijbehorende internetabonnement groet ik u met de meeste Hoogachting,

Freddy De Meester,
Bij een aantal van uw dienst ook gekend als ‘Dikke Freddy’.